Onze levens en lonen verdedigen

“De loonhandicap is weggewerkt.” Zo geeft de VBO, de patronale vereniging van België, toe dat de koopkracht in België is gedaald, omdat de lonen geen gelijke tred hebben gehouden met de prijsstijgingen, met name in vergelijking met de buurlanden. Voor kapitalisten zijn voldoende lonen een “handicap”, want dat betekent minder winst in hun kluizen. Dat wordt klassenstrijd genoemd. Om onze levens te verdedigen, moeten we van hun winsten nemen!

Onderhandelen… zonder krachtsverhouding?!

Deze aankondiging leidde tot een reactie van de nieuwe secretaris van het ABVV, Selena Carbonero Fernandez, die vroeg om een herziening van de wet van 1996. Deze wet beperkt loonsverhogingen op basis van het “concurrentievermogen”, dat wil zeggen op basis van de loonstijgingen in de buurlanden. Jarenlang werd deze wet gebruikt als voorwendsel om elke loonsverhoging bovenop de indexering te verbieden. Een indexering die ruimschoots ontoereikend is.

Eigenlijk stelt Selena Carbonero Fernandez de beperking van de lonen niet ter discussie. Zoals ze zelf zegt, staat het ABVV niet “los van de realiteit” en kan het “rekening houden met de realiteit in bedrijven en sectoren waar de winstmarges kleiner zijn”. Haar enige eis is dat ze “kan onderhandelen in bedrijven en sectoren waar de marges groter zijn”… Met andere woorden, de verdeeldheid tussen werkers per sector in de strijd versterken en zich baseren op de cijfers van de bazen, die meestal onjuist zijn, om te bepalen in welke sectoren er een loonsverhoging zou kunnen komen… en in welke niet.

Geen wetswijziging maakt of verhindert loonsverhogingen. Wat telt, zijn de krachtsverhoudingen. Alleen door middel van belangrijke en vastberaden strijd kunnen werkers een deel van de winst van de bazen verkrijgen om de lonen te verhogen of de werkdruk te verlagen door nieuwe werkers aan te nemen.

Dat zal niet van boven komen

Pieter Timmermans, voorzitter van de VBO, reageerde op het voorstel van het ABVV door aan te kondigen dat de bazen openstonden voor het idee om de wet van 1996 te wijzigen, op voorwaarde dat … de indexering van de lonen zou worden herzien … Ze zijn bereid om met de ene hand te geven, op voorwaarde dat ze met de andere hand weer terugnemen! Dat is wat een “onderhandeling” zonder krachtsverhoudingen inhoudt.

Het einde van de “loonhandicap” zou volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (een organisatie bestaande uit vertegenwoordigers van bazen en vakbonden die ‘adviezen’ geeft over de Belgische economie) een mogelijkheid betekenen om loonsverhogingen te onderhandelen in sectoren “waar er marge is”.

Maar wie bepaalt deze marge? Dezelfde Centrale Raad voor het Bedrijfsleven! En zij voorzien een marge van 1% tegen 2027! Dat is volstrekt onvoldoende! En Pieter Timmermans heeft al aangekondigd dat we “niet te hoge verwachtingen mogen koesteren”, zelfs niet 1%…

Kortom, we kunnen niet veel verwachten van de syndicale leiding en al helemaal niets van het patronaat om de loonsverhogingen te krijgen die we nodig hebben om te kunnen leven!

Wat we nodig hebben, is ons als werkers organiseren en ons voorbereiden op steeds grotere strijd, die verder gaat dan één bedrijf of zelfs één sector. Temeer omdat de opmars naar oorlog altijd meer opofferingen betekent voor de werkers, vandaag als winstenvoer, morgen als kanonnenvoer.