Tijdens de bijeenkomst op donderdag 4 juni kwamen enkele duizenden leraren en jongeren uit heel Wallonië en Brussel bijeen bij het parlement van de Federatie Wallonië-Brussel in Brussel om hun afkeuring uit te spreken over de goedkeuring van het decreet van Glatigny.
Door een groot aantal politieagenten in te zetten, waaronder een aantal zwaarbewapende agenten van het type “robocops”, en door op grote schaal traangas en waterkanonnen te gebruiken, had de regering haar antwoord gekozen: gewelddadige repressie.
Het optreden van de politie ter plaatse en de beelden van geweld in de media en op sociale netwerken hebben niet alleen de demonstranten, maar ook de bevolking in het algemeen geschokt. Voor veel leerkrachten was het de eerste keer dat ze zich realiseerden tot welk politiegeweld de Staat in staat is, ook tegen jonge tieners.
Geconfronteerd met deze mobilisatie van leerkrachten en jongeren verspreidden de privé en overheidsmedia hun anti-demonstrantenpropaganda en richtten ze zich op de uitbarstingen om de volkswoede in diskrediet te brengen.
Maar de goedkeuring van het decreet betekende niet het einde van de beweging; de volgende dag al demonstreerden talrijke leerlingen en leerkrachten in verschillende steden in Wallonië en in Brussel. Deze reactie van de jongeren raakte veel leraren die op school stonden, wetende dat velen van hen volgend jaar hun baan zouden verliezen en dat de arbeidsomstandigheden nog zwaarder zouden worden.
De mobilisatie van jongeren die hun steun betuigden aan hun leraren en tegelijkertijd protest aantekenden tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs, heeft leraren en ouders aangemoedigd om in actie te komen. Er werden demonstraties georganiseerd tegen politiegeweld, waarbij duizenden demonstranten bijeenkwamen. Leraren vormden menselijke kettingen om de jongeren tegen de politie te beschermen.
Misschien zal dit wel het begin zijn van een nieuwe protesterende generatie.
