De werkers kunnen alleen op hun eigen kracht rekenen

Op 1 januari werden 18.700 werklozen uit de werkloosheid gezet. En dat is nog maar het begin: tegen het einde van het jaar zullen er tien keer zoveel mensen uitgesloten worden. Onder hen bevinden zich mantelzorgers van gehandicapte kinderen, werkers met hertewerkstellingscontracten die het tekort aan personeel in scholen en gemeenten opvangen, en veel werkers die uitgeput zijn door jarenlange uitbuiting.
Deze maatregel zal de levensstandaard van iedereen doen dalen. Ten eerste dreigen duizenden werklozen in armoede te vervallen. Ten tweede zal de concurrentie tussen werkers toenemen. Uitgesloten werklozen zullen gedwongen worden om elke onzekere en slecht betaalde baan te accepteren om te kunnen overleven. Dit geeft bazen de mogelijkheid om de lonen naar beneden te drukken en de uitbuiting te verergeren, met de dreiging: “er staan vijftig kandidaten te wachten om jouw plaats in te nemen”.
De syndicale leidingen houdt de illusie in stand dat de PS in de regering of een beroep op de rechter een verdediging zou bieden.
Maar de PS keurt de bezuinigingsmaatregelen van rechts goed telkens wanneer ze deel uitmaakt van de regering. En Paul Magnette heeft al aangekondigd dat een herziening van de werkloosheidhervorming “onmogelijk” is, terwijl hij niet eens in de regering zit!
Wat de rechtspraak betreft, heeft het Grondwettelijk Hof geweigerd de toepassing van de hervorming op te schorten. Dat is geen toeval. Deze rechters, opgeleid aan de scholen van de bourgeoisie en geselecteerd door het parlement, hebben als taak de kapitalistische orde te verdedigen. Ze zouden een hervorming die zo gunstig is voor het patronaat niet tegenhouden.
Door te doen alsof gerechtigheid of ‘goede partijen’ in de regering de werkers zouden beschermen, worden ze voorgelogen en in een impasse gebracht. Om zich te verdedigen tegen het bezuinigingsbeleid van regeringen en patronaat kunnen werkers alleen op hun eigen kracht rekenen.
De stakingsweek bij de NMBS tegen de afschaffing van het statuut en de verslechtering van het pensioen, opgeroepen door de vakbonden, zal een gelegenheid zijn om hun verzet tegen de door de regering opgelegde bezuinigingen kenbaar te maken. Maar om de terug te dringen, is meer nodig dan een paar dagen staking. De stakingen van 2025 hebben de vastberadenheid van de ministers niet doen wankelen.
Er zijn veel grotere strijdacties nodig, waarbij werkers uit alle sectoren betrokken zijn. En dat is mogelijk, omdat alle sectoren, zowel arbeiders als bedienden, door de bezuinigingsmaatregelen worden getroffen.
En uiteindelijk gaat het niet alleen om verzet tegen een regering, maar tegen het kapitalisme in zijn geheel. Temeer omdat rivaliteit om markten en grondstoffen de dreiging van grootschalige oorlogen met zich meebrengt. Regeringen bereiden zich hierop voor door hun militaire budgetten te verhogen en de bevolking te mobiliseren.
De regering van de Verenigde Staten heeft de Venezolaanse leider Maduro ontvoerd om de enorme oliereserves van het land in handen te krijgen en vooral om China buiten spel te zetten.
Trump wil ook Groenland in handen krijgen vanwege de minerale rijkdommen en om controle te krijgen over de scheepvaartroutes in het Noordpoolgebied, die toegankelijk worden door het smelten van het pakijs.
Of het nu gaat om Groenland of Oekraïne, de Europese leiders proberen de kosten van militarisering en toekomstige opofferingen op het slagveld te laten accepteren in naam van een zogenaamd ‘nationaal’ of Europees belang. In werkelijkheid wordt ons gevraagd om de winsten van de nationale of Europese kapitalisten te verdedigen in de concurrentiestrijd met de Verenigde Staten en China. Terwijl de werkers, de uitgebuitenen, geen enkel gemeenschappelijk belang hebben met hun uitbuiters!
In Iran hebben honderdduizenden demonstranten zich verzet tegen de dictatuur van de mollahs. Ondanks bloedige onderdrukking zijn ze in opstand gekomen tegen een theocratisch regime, tegen armoede en toenemende sociale ongelijkheid.
De moed en strijdbaarheid van de massa’s hebben vaak de loop van de geschiedenis veranderd. Zo zijn alle revoluties en vooruitgang van de mensheid tot stand gekomen. Er zijn kandidaten die zich aan het hoofd van de beweging willen plaatsen, zoals de zoon van de in 1979 omvergeworpen sjah. Alle kapitalistische leiders van de wereld delen dezelfde angst: dat de opstand van de werkers zal uitmonden in een revolutie waarin zij zelf hun lot in handen nemen en de mollahs en kapitalisten omverwerpen.
Werkers hebben niemand nodig om in opstand te komen; ze hebben alleen hun vastberadenheid en hun collectieve organisatie nodig om de samenleving te leiden in plaats van de kapitalisten.