Hoofdartikel van de fabrieksblaadjes van 29 maart 2026
“Vier weken of minder”, kondigde Trump aan bij het uitbreken van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. Een maand later zijn er meer dan 4.500 doden gevallen door de bombardementen in meer dan 12 landen, miljoenen ontheemden in Iran en Libanon, en gezinnen die alles hebben verloren.
Dit is weer een oorlog die zich voegt bij die in Soedan, Gaza, Congo en Oekraïne en die de planeet in een spiraal stort waarvan niemand de gevolgen of het einde kan beheersen. Op 22 maart stelde Trump Iran een ultimatum van 48 uur om de Straat van Hormuz weer open te stellen. De volgende dag volgde een pauze en “onderhandelingen”, die binnen een uur door Iran werden ontkend. Vijf dagen pauze in de aanvallen op de energie-infrastructuur, om de volgende dag twee gasinstallaties te bombarderen! Vervolgens wordt de “pauze” verlengd tot 6 april, maar worden er 10.000 extra soldaten naar de regio gestuurd, waardoor de Amerikaanse troepenmacht op het hoogste niveau komt sinds de oorlog in Irak in 2003!
Dit on and off is niet alleen de ‘Trump-methode’. Het is een symptoom van een conflict waarin de Amerikaanse leiders vastlopen, net als vroeger in Afghanistan en Vietnam. Ze zitten klem tussen de belangen van hun extreemrechtse Israëlische bondgenoten en die van de miljardairs uit de Golfstaten, tussen de in paniek geraakte financiële markten en de wapenhandelaars die floreren. Het is de tegenstelling tussen de wereldwijde ontwikkeling van het kapitalisme en de wens van de Amerikaanse kapitalisten om ten opzichte van China aan het hoofd van de economie te blijven staan.
Of we het nu willen of niet, wij in België zijn, net als alle volkeren op aarde, verwikkeld in een derde imperialistische wereldoorlog. En ook al worden we nog niet gebombardeerd, we betalen er nu al de prijs voor.
De blokkade van de Straat van Hormuz diende als voorwendsel voor alle speculanten om de energieprijzen omhoog te jagen. Zelfs in de VS, die toch olie exporteren, of in België, waar slechts 4% van de geïmporteerde olie via de Straat van Hormuz wordt vervoerd. Daarna volgen meststoffen, landbouwproducten en de chemische industrie, waarvan de prijzen zullen stijgen. In India wordt gas voor privé mensen gerantsoeneerd. In Myanmar rijden auto’s slechts om de dag. In Vietnam en Bangladesh draaien fabrieken nu op halve kracht. Welke nieuwe spanningen zullen uit deze nieuwe chaos voortkomen?
Sommige Europese leiders beweren dat “dit niet onze oorlog is”. Ze liegen. De feiten spreken voor zich: het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hebben vliegtuigen en oorlogsschepen gestuurd, de chef van de Belgische marine bevestigt dat: “we een rol zouden kunnen spelen in de mijnenbestrijding”. En diezelfde leiders bereiden ons al maanden voor op opofferingen: het verhogen van de militaire budgetten, het aanvaarden van bezuinigingen… en morgen onze kinderen naar het slagveld sturen.
Wat Bouchez betreft, die altijd maar aan het opscheppen is, beweert hij juist dat “degenen die denken dat dit niet onze oorlog is, zich vergissen”. Hij wil ons doen geloven dat de werkers hier er baat bij zouden hebben om de kant van de leiders van de Verenigde Staten en Israël te kiezen om tegen Iran en morgen tegen China te vechten. Maar dat is niet waar. Aan de ene kant staan de leiders die bereid zijn het leven van anderen op te offeren om hun belangen te verdedigen, en aan de andere kant staan de werkers, hier en overal ter wereld, die daarvoor de rekening betalen.
Of ze zich nu pro of anti-Trump noemen, alle leiders zijn het eens als het erop aankomt de werkers te laten betalen. In België wil de regering-De Wever 5 miljard euro extra bezuinigingen doorvoeren om “de financiën te saneren”, terwijl de begrotingsprognoses al volledig achterhaald zijn door het uitbreken van de oorlog.
Eigenlijk lijken de Belgische leiders op kleinere schaal net zo goed op kippen zonder kop als de Amerikaanse leiders! Ze zitten klem tussen de druk van de financiële markten en die van de wapenindustrie, tussen hun wil om zich als trouwe dienaren van de patronale belangen te profileren en tegelijkertijd hun electorale basis te behouden.
Ze zijn niet in staat om overeenstemming te bereiken, zoals blijkt uit het uitstel van de stemming over de pensioenhervorming of die over de indexering en de verhoging van de accijnzen… terwijl ze tegelijkertijd nieuwe aanvallen voorbereiden. Deze tegenstrijdigheden voeden op hun beurt de politieke crises van morgen en bieden een vrij baan aan extreemrechts en aan nieuwe aanvallen op alle werkers.
Eén ding is dus zeker: geen enkele arbeider heeft er belang bij zich solidair te tonen met de westerse imperialistische leiders. Er is maar één oorlog die we moeten voeren, namelijk die tegen deze kapitalistische klasse en haar politieke dienaars, de strijd om de werkers weer perspectief te bieden, de strijd om het kapitalisme omver te werpen.
