Alstom, Leen Bakker, Agfa-Gevaert, Ladbrokes… De aankondigingen van ontslagen blijven als een botte bijl vallen. In 2024 waren er alleen al in de Belgische industrie 10.000 ontslagen en banenverlies, en 2025 dreigt nog erger te worden! Bij dit cijfer moeten nog de ontslagen in de KMO’s worden opgeteld. Volgens SD Worx, een adviesbureau op het gebied van human resources, heeft 17% van deze bedrijven ontslagen aangekondigd tegen het einde van 2025.
Deze golf van banenverlies en ontslagen houdt niet op bij de Belgische grenzen. Alleen al in de Europese Unie zijn honderdduizenden banen in de industrie verloren gegaan.
De ratten verlaten het schip
Kapitalisten blijven ontslagen rechtvaardigen door te verwijzen naar de economische crisis, maar dat weerhoudt hen er niet van om enorme winsten te maken. Wanneer grote aandeelhouders merken dat een van hun activiteiten minder winstgevend wordt, halen ze er zoveel mogelijk geld uit, voordat ze het bedrijf laten failliet gaan… En de werkers in de steek laten.
Dit is het geval in sectoren die de laatste jaren te maken hebben met toenemende concurrentie, zoals de metaalindustrie en de chemische industrie. In beide sectoren hebben veel aandeelhouders zichzelf meer dividend uitgekeerd dan ze aan winst hebben gemaakt, omdat ze de kas van het bedrijf leeghalen als het niet genoeg opbrengt. Om de cijfers van de krant L’Echo voor het jaar 2024 te citeren: keerde Alstom België 106 miljoen aan dividenden uit, terwijl het slechts 17 miljoen winst maakte, keerde ExxonMobil 1,3 miljard aan dividenden uit voor 780 miljoen winst en keerde BASF Antwerpen tussen 2022 en 2024 8,3 miljard aan dividenden uit voor 2,13 miljard winst.
Deze enorme geldtransfers gingen vooraf aan ingrijpende herstructureringen voor de werkers. Bij Alstom werden 150 werkers ontslagen, bij ExxonMobil waren dat er 337 en BASF is van plan om tegen 2028 600 banen te schrappen. Jim Ratcliffe, CEO van de chemische multinational Ineos, verklaarde zelfs dat “de helft van de industrieën die hier in Antwerpen gevestigd zijn, binnen tien jaar verdwenen zullen zijn”… Dat betekent dat meer dan 40.000 banen op de tocht staan!
Ontslaan om te profiteren
De meeste ontslagen vinden plaats in bedrijven die enorme winsten maken of hebben gemaakt. En vaak met hulp van de Staat, die hen honderden miljarden aan subsidies geeft.
Agfa-Gevaert, een bedrijf dat fotofilm en medische beeldvorming produceert, schrapt 145 banen bovenop de 470 die al waren geschrapt. Het bedrijf heeft echter bijgedragen aan de verrijking van talrijke grote kapitalistische families, zoals de familie van André Geysen, waarvan de kinderen vandaag de dag honderdmiljonairs zijn en aan het hoofd staan van de multinationale mijnbouwonderneming Umicore. Of het sportwedbedrijf Ladbrokes, dat 76 werkers ontslaat, terwijl het moederbedrijf Entain net heeft aangekondigd dat het voor 2025 een winst van 1,3 miljard dollar verwacht
Leen Bakker, een keten van meubelzaken, heeft faillissement aangevraagd, waardoor 250 werkers werkloos zijn geworden. Maar dit zogenaamde faillissement werd al jaren voorbereid door het investeringsfonds Gilde Equity Management, dat het bedrijf in 2017 had overgenomen. Zo hebben ze in 2019 25 miljoen euro aan dividenden uit het bedrijf gehaald en in 2022 nog eens 7,5 miljoen, terwijl de keten slechts ongeveer één à twee miljoen euro winst per jaar maakte…
Deze winsten zijn behaald ten koste van de werkers die nu zijn ontslagen. Maar er is geen reden om te anavarden dat de werkers betalen voor de winsten van de kapitalisten! Het geld moet worden gehaald waar het is!
De Staat als melkkoe
Geconfronteerd met de crisis eist het patronaat miljarden aan subsidies om hun bedrijven weer op gang te brengen. Bernard Delvaux, CEO van bouwgigant Etex, verklaarde bijvoorbeeld op 18 oktober in L’Echo over de industrie in België: “De neergang is niet begonnen met de oorlog in Oekraïne. Hij begon twintig, dertig jaar geleden en werd gecompenseerd door buitensporige overheidsuitgaven en een oplopende schuldenlast, waarvan de grenzen vandaag duidelijk zichtbaar zijn. […] België moet de grote Europese landen volgen in hun ‘koste wat het kost’-beleid om zijn industrie te redden.”
En zulke uitspraken beperken zich niet tot de patronale kant. Alle partijen, van Vlaams Belang tot Les Engagés en zelfs de PVDA, zijn het, op enkele nuances na, eens met het idee dat “de Belgische industrie moet worden gesteund”. Om Raoul Hedebouw te citeren in een debat met de voorzitter van de VBO in Le Soir van 26 november: “Wat betreft het idee dat we onze economie moeten versterken, ben ik het helemaal met u eens. We staan vandaag voor een strategische uitdaging als we zien dat de groei in Europa 0,9 % bedraagt, terwijl die in China 5 % en in de Verenigde Staten 2,9 % bedraagt. We hebben een probleem met de economische ontwikkeling van ons land. Maar waar ik het niet met u eens ben, is dat de arbeidsvoorwaarden – of het nu gaat om lonen of flexibiliteit – de oplossing zijn; daar ben ik het niet mee eens. Het belangrijkste is dat Europa strategisch moet investeren, met name in zijn energieonafhankelijkheid. En het spijt me, maar de enorme investeringen die nodig zijn om strategisch onafhankelijk te zijn, kunnen alleen van de staat komen.”
Maar rekenen op de Staat om banen te redden, of dat nu door middel van regelgeving of massale steun aan bedrijven is, is jezelf in de voet schieten! Want het grootste deel van de middelen waarover de staat beschikt, komt uit de zakken van de werkers!
De miljarden die de Staat aan grote bedrijven betaalt, hebben nog nooit een kapitalist ervan weerhouden een werker te ontslaan. Ze dienen vooral om de kluizen van de kapitalisten te vullen! De cadeaus van de Staat zorgen juist voor een toename van de Staatsschuld en dienen als voorwendsel om te bezuinigen op diensten die nuttig zijn voor de bevolking, zoals gezondheidszorg of onderwijs… en om daar mensen te ontslaan, zoals nu gebeurt in gemeenten of in media zoals BX1.
En instemmen met de logica van concurrentie met China en de Verenigde Staten, zoals Hedebouw doet, is gevaarlijk. Door gebruik te maken van de dreiging van buitenlandse concurrentie proberen de Belgische kapitalisten de arbeiders alle opofferingen te laten aanvaarden, loonsverlagingen… het offer van jongeren op het slagveld. Want de handelsoorlog verandert in een gewone oorlog wanneer de kapitalisten dat nodig hebben.
De Staat tegen de werkers en de werklozen
Integendeel, de maatregelen van opeenvolgende regeringen zijn er systematisch op gericht om de uitbuiting van werkers te vergemakkelijken. Minister Clarinval heeft bijvoorbeeld onlangs een wet aangenomen om de opzegtermijn bij ontslag te beperken tot één jaar. En de verhoging van het budget voor de politie, die minister Francken wil uitrusten met “niet-dodelijke” FN 303-karabijnen, zal ook een negatief effect hebben op iedereen die vecht om zijn baan te behouden. De werkers van de Audi-fabriek in Vorst hebben dat aan den lijve ondervonden toen ze bij de sluiting van de fabriek door de politie met wapenstokken uit de fabriek werden verdreven terwijl ze daar vreedzaam demonstreerden.
Het zijn nog steeds de regeringen die ontslagen werklozen achtervolgen, of ze nu links zijn, zoals de regering-Di Rupo (PS) in 2012, of rechts, zoals de huidige regering. Deze maatregelen dienen geenszins om werklozen “weer aan het werk te krijgen”, zoals de regeringsleden beweren. Er zijn vandaag de dag niet genoeg banen voor alle werklozen. Het zijn de kapitalisten die verantwoordelijk zijn voor de werkloosheid, zij die met een vingerknip kunnen beslissen om duizenden werkers aan te nemen of te ontslaan, om steeds meer winst te maken!
