Wie van zijn hond af wil, zegt dat hij hondsdol is. En wanneer de autoreuzen werkers willen ontslaan om hun kosten te verlagen en hun winsten te verhogen, komt een stevige dramatiseringscampagne goed van pas.
VW, Stellantis en Renault domineren de Europese automarkt. Samen zijn ze goed voor meer dan de helft van alle inschrijvingen van nieuwe auto’s in Europa. Ze hebben tientallen miljarden euro’s winst opgestreken. Stellantis bijvoorbeeld, nochtans niet de grootste van de drie, boekte, tussen 2021 en 2025, 54 miljard euro winst, meer dan het jaarlijkse Belgische budget voor gezondheidszorg. Toch zou de volledige Europese auto-industrie volgens hen op de rand van de afgrond staan.
Al in 2024 verklaarde de financieel directeur van VW, Arno Antlitz, voor 25.000 werkers dat het merk nog “slechts één jaar, misschien twee” had om er weer bovenop te komen. Hij voegde eraan toe dat “de markt er gewoonweg niet is”. Bij Stellantis voorspelde voormalig CEO Carlos Tavares zelfs een “bloedbad”. Hij beschreef de autosector als een sector die een “darwinistische” periode was binnengetreden, waarin alleen de sterksten zouden overleven. Voormalig Renault-topman Luca de Meo waarschuwde dan weer voor een ware “aanval van elektrische voertuigen uit China” en voegde zo leugenachtige anti-Chinese propaganda aan zijn campagne toe.
Na de dramatische verklaringen volgden de aankondigingen van banenverlies. In 2025 schrapte Stellantis in Italië bijna 2.500 banen, hoofdzakelijk via zogenaamd vrijwillig vertrek. In juni 2026 kondigde de directie van Renault een plan aan om 10 tot 15 procent van de banen in de ingenieursafdelingen te schrappen. Het gaat om 800 tot 1.000 van de 5.800 banen in Frankrijk. De directie van VW stapelde intussen de aankondigingen op en overweegt nu om tegen 2030 wereldwijd tot 100.000 van de in totaal 657.000 banen te schrappen.
Maar dat alles belette de drie groepen geenszins om op 12 juni samen steun en voordelen van de Europese Unie te eisen, in naam van de verdediging van de industrie en… de werkgelegenheid! Belooft de Commissie hun steun en een Europese voorkeursbehandeling? Dan juichen de constructeurs… om vervolgens te eisen dat de voorwaarden worden versoepeld. Zo willen ze de publieke cadeaus opstrijken en tegelijk tot 30 procent van hun productie buiten de criteria houden, onder meer in hun lagelonenfabrieken overal ter wereld, waaronder… in China. Wanneer er miljarden aan overheidssteun te rapen vallen, kijken de grote Europese autobouwers niet op een leugen of tegenstrijdigheid meer of minder.
De autoconcerns halen beurtelings de Chinese concurrentie, de elektrische transitie of hun eigen “strategische fouten” aan om de miljarden aan overheidsgeld en de offers die aan de werknemers worden opgelegd te rechtvaardigen. Dat zijn leugens. In alle landen en in alle sectoren beconcurreren kapitalistische groepen elkaar door de lonen en arbeidsvoorwaarden naar beneden te halen. Ze hebben de werkers geen ander perspectief te bieden dan zich voor hun winsten kapot te werken: vandaag door auto’s te bouwen, morgen misschien door wapens te produceren? Het probleem is noch Europees, noch Chinees: het probleem is het kapitalisme.
