De directie van Volvo heeft aangekondigd dat de fabriek in Gent haar productie openstelt voor andere merken. Zij verzekert dat de fabriek « weer concurrerend is geworden » en dat er « een mooie toekomst in het verschiet ligt ».
In werkelijkheid hangt de toekomst van de werkers al maanden af van de beslissingen van een handvol aandeelhouders en de CEO’s van Volvo en de Chinese groep Geely, de grootste aandeelhouder.
Afgelopen maart werd bekend dat twee modellen mogelijk uit Gent zouden verdwijnen om in Slowakije te worden geproduceerd, wat de vrees deed ontstaan dat Volvo Gent zou sluiten. Al snel maakte het Vlaamse Gewest 119 miljoen euro vrij om Geely te « overtuigen » zijn activiteiten in Gent voort te zetten.
Vandaag kondigt Volvo aan dat ongeveer 60 % van de capaciteit van de fabriek zou worden gebruikt voor zijn eigen modellen, terwijl de rest kan worden ingezet om voor andere merken te produceren. Dat is wat de directie van Volvo een « mooie toekomst » noemt. Maar wat gebeurt er als er geen andere autofabrikant komt om de productielijnen in Gent te vullen?
Benteler, een toeleverancier van Volvo met 48 werkers, heeft al aangekondigd in 2027 te sluiten wegens een gebrek aan orders. Ook Plasman, een andere toeleverancier met 300 werkers, dreigt te moeten sluiten.
En het zijn geen bedrijven zonder geld. Volvo Cars en Geely hebben de afgelopen jaren nog steeds aanzienlijke winsten geboekt. Maar in de automobielsector, net als elders, is winstgevend zijn nooit genoeg: je moet steeds winstgevender worden. Vestigingen worden tegen elkaar uitgespeeld, producties worden verplaatst en banen worden gebruikt als drukmiddel om overheidssteun te verkrijgen.
Het staat vast dat de aandeelhouders onder deze omstandigheden een « mooie toekomst » tegemoet gaan. Voor de werkers en hun gezinnen blijft de toekomst afhangen van de beslissingen van een handjevol steenrijke aandeelhouders.
