De werkers van Plasman Gent, een toeleverancier van Volvo, hebben drie dagen gestaakt. Het bedrijf, dat ongeveer 350 werkers telt en onder meer bumpers voor Volvo Cars produceert, raakte zijn contract met Volvo kwijt. Dit brengt 130 banen bij Plasman in gevaar.
De staking, die niet alleen de werkers mobiliseerde die direct met ontslag werden bedreigd, had ook gevolgen voor de fabriek van Volvo Cars, die enkele dagen stil lag.
Op vrijdag 5 juni sloten de syndicale leidingen een akkoord met de directie over de wettelijke en bovenwettelijke ontslagvergoedingen.
Maar de voorgestelde bovenwettelijke vergoeding van 1.200 euro bruto per dienstjaar was voor veel arbeiders volstrekt ontoereikend. Ondanks het feit dat de syndicale leiding de bedienden samen met de arbeiders liet stemmen om hun stem te verwateren, werd het akkoordvoorstel door 55 % van de stemmers verworpen.
De syndicale leiding kondigde echter aan dat het werk weer moest worden hervat, met als reden dat de tweederde meerderheid (66%) die nodig was om de staking voort te zetten niet was bereikt en dat de “gesloten afspraken” met de directie moesten worden nageleefd.
Wanneer een meerderheid van de arbeiders een akkoord verwerpt, maar de staking toch wordt stopgezet, moet de vraag worden gesteld: waar dienen deze hoge stemdrempels voor, behalve om de strijdbaarheid van de werkers te beteugelen, de met de directie gesloten akkoorden erdoor te drukken en het beroep op stakingsuitkeringen te beperken?
