Racisme: een verrot product van het kapitalisme

De voormalige vicerector van de UGent, Freddy Mortier, probeerde tijdens een diploma-uitreiking het racistische onderzoek van Nathan Cofnas te rechtvaardigen. Hij verklaarde: «De stelling dat er erfelijke genetische verschillen bestaan tussen groepen huidskleur wat betreft intelligentie – Ik heb helemaal geen sympathie voor die stelling, maar ze is een begrijpelijke en zinvolle hypothese binnen een wetenschappelijk debat. Dat de stelling vals is, moet kunnen worden onderzocht.»

Deze uitspraken zijn weerzinwekkend. Veel studenten hebben dat laten blijken door de zaal te verlaten.

Ten eerste betekent het feit dat men er in de wetenschap niet in geslaagd is te bewijzen dat een bewering onjuist is, uiteraard niet dat ze waar is. Het tegendeel laten geloven is schaamteloos liegen.

Er bestaat geen enkele test waarmee de menselijke intelligentie kan worden gemeten. De volkeren van de bossen, de savannes of de woestijnen, die zonder schrift van generatie op generatie een begrip van de natuur, de aarde, het water en de hemel doorgeven, doen ruimschoots niet onder voor ons vermogen om in de stedelijke jungle te leven.

Er is geen enkel bewijs dat de verschillen die in bepaalde intelligentietests tussen menselijke groepen worden waargenomen, te wijten zouden zijn aan genetische verschillen tussen deze groepen. De resultaten hangen sterk af van de omgeving, het opleidingsniveau, het inkomen, de gezondheid en de levensomstandigheden.

Fundamenteler nog: de terugkeer van deze oude racistische theorieën komt niet uit de lucht vallen. Racisme is niet louter het gevolg van een gebrek aan onderwijs. Wetenschappers zoals Cofnas kunnen deze zogenaamde ‘ideeën’ heel goed verdedigen.

Racisme diende om een nog wredere onderdrukking van niet-Europese bevolkingsgroepen te rechtvaardigen, om de slavernij te rechtvaardigen. Tegenwoordig dient het om arbeiders onderling te verdelen, met name op basis van hun huidskleur.

De ontwikkeling van het moderne racisme hangt nauw samen met de kolonisatie van Amerika door de Europese mogendheden. Om de plundering van het continent, de massamoord op en de dwangarbeid van de inheemse Amerikaanse bevolking en de slavernij van tientallen miljoenen Afrikanen op de plantages te rechtvaardigen, hebben de Europese heersende klassen geleidelijk aan het idee ontwikkeld van een zogenaamde superioriteit van de blanke man. Bovendien beweerde de katholieke kerk dat blanken een ziel hadden, in tegenstelling tot de zwarte Afrikaanse volkeren!

Dit idee diende ook om de uitgebuitenen onderling te verdelen. Arme Europese arbeiders, inheemse volkeren en Afrikaanse slaven leefden allemaal onder de heerschappij van een kleine klasse van grootgrondbezitters. Er moest worden voorkomen dat ze samen in opstand zouden komen. De raciale hiërarchie probeerde de arme blanken te laten geloven: jullie worden uitgebuit, jullie hebben bijna niets, maar jullie zijn tenminste ‘superieur’ aan de anderen.

Het racisme werd nog versterkt door de kolonisatie van Afrika aan het einde van de 19e eeuw. Op universiteiten probeerden pseudowetenschappers mensen in verschillende ‘rassen’ in te delen en de zogenaamde ‘superioriteit van de blanke man’ te ‘bewijzen’, met name aan de hand van de vorm en de grootte van het hoofd. Dit maakte het vervolgens mogelijk om de kolonisatie en de daarmee gepaard gaande bloedbaden voor te stellen als een ‘beschavingswerk’ van de Europese mogendheden.

Toch houdt het idee om de mensheid op te splitsen in een paar duidelijk van elkaar gescheiden biologische ‘rassen’ geen steek. Er bestaan weliswaar genetische verschillen tussen bevolkingsgroepen, maar er is vooral een enorm continuüm tussen hen. Menselijke bevolkingsgroepen zijn altijd al rondgetrokken, elkaar tegengekomen en met elkaar vermengd. En een zeer groot deel van de genetische diversiteit is terug te vinden binnen elke bevolkingsgroep zelf. Zo komen de bloedgroepen A, B, AB en O in alle bevolkingsgroepen ter wereld voor.

Hoewel al lang is aangetoond dat het geen zin heeft om mensen in zogenaamde ‘rassen’ in te delen die min of meer ‘intelligent’ zouden zijn, maakt racisme vandaag de dag een krachtige comeback in een kapitalisme dat in crisis verkeert.

Terwijl de mensheid nog nooit over zoveel kennis heeft beschikt en bevolkingsgroepen nog nooit zo gemengd zijn geweest, zijn er nog steeds academici die de kapitalisten met uit de prullenbak gehaalde argumenten voorzien om hun macht te behouden en de maatschappelijke woede af te leiden naar andere werkers.