De afgelopen twee maanden heeft de PVDA te maken gehad met verschillende vertrekkers onder haar verkozenen. Twee regionale volksvertegenwoordigers en twee gemeentelijke verkozenen (één in Luik en één in Bergen) hebben kort na elkaar aangekondigd de partij te verlaten en voortaan als onafhankelijken zitting te nemen. Dit is niet de eerste keer voor de PVDA. De Brusselse parlementsleden Handichi en El Mokadem hadden de PTBDA-fractie in het Brusselse parlement al in 2024 en 2025 verlaten om zich respectievelijk bij de MR en de PS aan te sluiten. In 2025 had ook Europarlementariër Kennes ervoor gekozen de PVDA te verlaten om als onafhankelijke te zetelen.
Demoniseringscampagne
De pers en de regeringspartijen maken gretig gebruik van deze recente vertrekken. De bourgeoisie maakt van de gelegenheid gebruik om de PVDA aan te vallen, door haar te beschimpen als een “sekte”, een “antidemocratische” en “marxistische” partij (wat in de mond van de uitbuiters een belediging is) en door, in navolging van Denis Ducarme (MR), te eisen dat er “een cordon sanitaire rond de PVDA wordt aangelegd”, dat wil zeggen dat de partij niet langer in de media mag verschijnen.
Deze demoniseringscampagne doet denken aan die welke in Frankrijk is gestart tegen de partij van Mélenchon, La France Insoumise (LFI), en ‘extreemlinks’, met dit verschil dat ze in België een openlijk anti-marxistisch karakter aanneemt, dat wil zeggen anticommunistisch en dus anti-arbeiders.
Dat is geen reden tot vreugde. Integendeel! De huidige poging om de PVDA te demoniseren richt zich tegen alle progressieve militanten, en in het bijzonder tegen al diegenen die zich inzetten voor de belangen van de arbeidersklasse. De beschuldigingen aan het adres van de PVDA, zowel wat betreft haar banden met het marxisme als haar interne werking, kunnen alleen maar verwarring en wantrouwen zaaien bij de arbeiders die zich willen organiseren om zich te verdedigen tegen uitbuiting en kapitalistische overheersing. Dit alles versterkt het kamp van de arbeiders niet.
Een gevolg van de politiek van PVDA
Hoezeer we de PVDA ook moeten steunen tegen de haat van de bourgeoisie, zozeer moeten we ook begrijpen dat het vertrek van verkozenen dat de PVDA zwaar treft, net als de gevolgen daarvan, het resultaat is van haar eigen beleid. In die zin draagt de partijleiding hiervoor de volledige verantwoordelijkheid.
In 2008 veranderde de PVDA van koers met het oog op organisatorische en electorale groei. Om leden en stemmen te winnen, liet de PVDA de verwijzingen naar Stalin en Mao en haar steun aan zogenaamd communistische dictaturen varen. Tegelijkertijd verdwenen verwijzingen naar het communisme, zoals de hamer en de sikkel, van de voorpagina van Solidaire, de krant van de PVDA, en van haar website.
Deze ommekeer was niet louter cosmetisch. Hoewel het revolutionaire doel nog steeds werd uitgedragen, begon de PVDA aan een echte politieke heroriëntatie die haar inderdaad zou doen groeien, zowel in ledenaantal als in aantal stemmen.
Net als Mélenchon in Frankrijk, Die Linke in Duitsland of Syriza in Griekenland profiteerde de PVDA van de ontevredenheid van een groot deel van de SP.a-kiezers, die genoeg hadden van de leugens, het verraad en de corruptieschandalen. Zij hoopten in de PVDA een “nieuwe SP.a” te vinden die hun hoop op een progressief links beleid zou belichamen.
Om nieuwe leden en kiezers aan te trekken, zonder bewust afstand te doen van haar oorsprong en revolutionaire ambities, voerde de PVDA naar buiten toe een electoraal georiënteerde propaganda, waarbij ze vermeed zich uit te spreken over “de moeilijke punten” en maakte haar analyses, werkelijke doelstellingen, organisatorische methoden en de middelen om een einde te maken aan deze samenleving, ten gunste van “een socialisme 2.0”, niet naar buiten toe bekend. “We maken een onderscheid tussen de eetzaal en de keuken. De beste koks maken niet zomaar alle recepten bekend, en vaak gaat het er in de keuken iets chaotischer aan toe dan in de verzorgde sfeer van de eetzaal”, schreef de PVDA tijdens haar congres van 2008.
Tactieken en strategieën
In “de eetzaal”, dwz in het openbaar, profileert de PVDA zich als ‘het echte links’ en voert zij tijdens haar campagnes een reformistisch en anti-imperialistisch programma. Op veel punten verschillen haar publieke uitspraken nauwelijks nog van die van de PS en de syndicale leidingen.
In “de keuken”, dat wil zeggen binnen de partij of soms in bepaalde media met een klein publiek, blijft de PTB echter verwijzen naar Marx, Lenin en zelfs, hoewel steeds zeldzamer, naar de arbeidersrevolutie. Raoul Hedebouw bevestigde zo in november 2023, in een interview met het Franse medium Le Vent Se Lève, dat er geen macht zit in de parlementen of in de ministeries, maar dat de echte macht te vinden is “in de economische kringen”. In 2026 bevestigt Hedebouw in een interview met het YouTube-kanaal Mathpolitics: “De echte macht ligt bij de raden van bestuur van de grote multinationals. Ze ligt niet bij de regeringen.”
Dat weerhoudt de PVDA er echter niet van om bewust vaag te blijven over haar mogelijke deelname aan een coalitieregering. Al sinds de verkiezingen van 2019 verklaart de PVDA dat zij bereid zou zijn deel te nemen aan een linkse regeringscoalitie om een “radicaal ander” beleid te voeren. Tijdens de verkiezingen van 2024 hield de PVDA ongeveer dezelfde toon aan en ging zelfs zo ver dat ze een lijst met drie minimale hervormingen bekendmaakte waarover een potentiële coalitie het eens zou moeten worden om een kans te maken op deelname van de PVDA: “de afwijzing van de Europese bezuinigingen”, de herziening van “de wet van 1996” en de terugkeer naar “het pensioen op 65 jaar”.
Het in stand houden van de onduidelijkheid over deelname aan de regering is voor hen noodzakelijk om electoraal te groeien door in te spelen op de electorale illusies van de bevolking. Volgens een peiling uit april 2023, dat wil zeggen een jaar voor de verkiezingen van 2024, wil 86% van de PVDA-kiezers dat de partij deelneemt aan de regering. Voor de PVDA zou het publiekelijk bekendmaken van de ideeën die zij voor interne discussies reserveert, leiden tot een breuk met een groot deel van haar kiezers, en zelfs van haar leden.
In dat opzicht is het vertrek van Waalse PVDA-parlementslid Jori Dupont veelzeggend. Dupont, die al twaalf jaar lid was van de PVDA, verlaat de partij met de volgende woorden: “Terwijl de PVDA uit ideologische zuiverheid weigert om aan de macht te komen, heeft rechts vrij spel. […] Ik wil een links dat zijn handen vuil maakt om budgetten, wetten en beschermingsmaatregelen binnen te halen.” Zonder vooruit te lopen op andere redenen die deze volksvertegenwoordiger ertoe zouden hebben aangezet om met de PVDA te breken, moeten we vaststellen dat de PVDA er ondanks 12 jaar lidmaatschap niet in geslaagd is deze volksvertegenwoordiger van haar tactiek te overtuigen.
Hoeveel militanten, leden of kiezers wenden zich dan, net als deze regionale volksvertegenwoordiger, tot de PVDA op basis van illusies? De PVDA, die afziet van het verdedigen van haar diepgaande politieke ideeën en ambiguïteit in stand houdt, of zelfs leugens door weglating, bouwt voort op illusies: een weinig solide basis die ver afstaat van die van Marx en Engels, die beweerden dat de arbeiders in staat waren en bewust de macht moesten grijpen. Illusies zijn echter het tegenovergestelde van bewustzijn!
Deze goocheltruc heeft niet alleen betrekking op de deelname aan de regering, maar op hele delen van het programma van de PVDA-leiding: de verhouding tot de vakbonden, het stalinisme, de Chinese Communistische Partij, de revolutie, … Erger nog: deze methode is verweven geraakt met het militante DNA van de PVDA, die voortdurend laveert tussen ‘de eetzaal’ en ‘de keuken’, tussen electoraal ‘tactiek’ en zogenaamd revolutionaire ‘strategie’.
Op weg naar de impasse van het reformisme?
Zolang er geen sociale onrust uitbreekt, kan de weg die de PVDA is ingeslagen slechts tot twee scenario’s leiden, die heel goed met elkaar kunnen samengaan. Enerzijds zou de PVDA nieuwe, min of meer ernstige crises doormaken, waarbij parlementsleden, leden of hele delen van haar kiezers zich van haar zouden afkeren. Anderzijds zou de leiding van de PVDA zich aansluiten bij de reformistische illusies van haar kiezers en leden.
In feite doen beide situaties zich al op kleine schaal voor. De eerste is te zien in het recente vertrekken van verkozenen. De tweede was te zien in de ommezwaai van het standpunt van de PVDA over de oorlog in Oekraïne, om nog maar te zwijgen over de deelname aan gemeentelijke meerderheden waar zij bezuinigingsmaatregelen doorvoert.
Twee dagen nadat het Russische leger de invasie van Oekraïens grondgebied had ingezet, namen de parlementsleden van de PVDA in het federale parlement stelling door de verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten en de NAVO, maar ook van de Oekraïense regering voor het uitbreken van de oorlog aan de kaak te stellen. Hiermee verdedigde de PVDA haar “historische” anti-imperialistische koers. Toch leverde deze interventie de partij een storm van kritiek op van de andere politieke partijen en journalisten, wier reacties destijds de krantenkoppen haalden in verschillende dagbladen van het land. Deze mediacampagne was voldoende om de PVDA op de knieën te dwingen. Uit angst dat haar leden en kiezers haar niet zouden volgen, veroordeelde de partij slechts zes dagen na het moedige standpunt van haar parlementsleden de “misdadige oorlog van Rusland tegen Oekraïne”. Vanaf die dag beweert de PVDA dat zij in een organisatie van de bourgeoisie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), het middel vindt om vrede in Europa te bereiken. Het zijn echter het kapitalisme, de jacht op winst en de concurrentie die oorlogen veroorzaken!
De leiding van de PVDA heeft zich nooit publiekelijk uitgelaten over deze ommezwaai. Integendeel, de leiding van de PVDA hecht er veel belang aan om elke verandering in haar standpunt te ontkennen. De tekst “10 vragen en antwoorden over de Oekraïne-oorlog” besteedt hier overigens veel aandacht aan, waarbij de zin “de PVDA heeft de oorlog van Rusland tegen Oekraïne onmiddellijk, onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig veroordeeld” herhaaldelijk wordt herhaald. Een beleid van vaagheid en leugens… alweer.
Wat zal er dan gebeuren met PVDA? In 2014 sprak Lutte Ouvrière zich hierover al als volgt uit: “Als de electorale en militante successen van de PVDA aanhouden, wat positief zou zijn in deze periode van achteruitgang van de arbeidersbeweging, zal de militante ‘ruggengraat’ van de PVDA dan standhouden tegen de komst van talrijke leden die zijn toegetreden op basis van reformistische illusies en van militanten die vooral zijn gevormd door bureaucratische syndicale praktijken? En zal de PVDA haar stalinistische politieke erfgoed behouden, of zal het gewicht van haar nieuwe leden haar ertoe aanzetten een meer eclectisch, modieuzer en kleinburgerlijk beleid te voeren? De toekomst zal het uitwijzen. »
Hoe dan ook, ongeacht de toekomstige ontwikkeling van de PVDA, zullen de werkers en arbeidsmilitanten, ook die van de PVDA, alleen de revolutionaire weg kunnen bewandelen als er een echte militante stroming bestaat die een communistisch, internationalistisch en revolutionair beleid voorstelt. Een beleid dat hen helpt zich te bevrijden van burgerlijke illusies en van alle bureaucratieën, inclusief de syndicale bureaucratie.
