Ebola zonder grenzen

De ebola-epidemie in de Democratische Republiek Congo loopt volledig uit de hand. Deze hemorragische koorts is vaak dodelijk. Maar de slachtoffers zijn te arm om een winstgevende markt voor farmaceutische bedrijven te vormen. 

In tegenstelling tot de Zaïre-stam bestaat er geen vaccin of behandeling voor de stam die verantwoordelijk is voor de huidige epidemie. Het enige wat dan nog rest, is het isoleren van contactgevallen. Maar hoe zou dat mogelijk zijn in de Democratische Republiek Congo, in regio’s waar arbeiders van de ene mijn naar de andere trekken naargelang de kansen en waar de enige regels die gelden, de regels zijn die door gewapende bendes worden opgelegd? 

Geconfronteerd met deze ramp worstelen de Congolese zorgverleners, die van humanitaire organisaties of van de WHO, in de meest totale armoede. Een van hen, in de stad waar de epidemie is begonnen, verklaarde tegenover Radio France International: “We hebben een tekort aan alles. Er zijn heel weinig medicijnen, er zijn nauwelijks isolatiefaciliteiten voor de zieken en er is onvoldoende uitrusting voor het personeel.”

Met het WK in het vooruitzicht vrezen de Amerikaanse leiders dat de epidemie nog verder zal om zich heen grijpen. Maar dat betekent voor hen niet dat ze meer financiële middelen willen inzetten. Met al hun minachting voor de bevolking hebben ze zich ertoe beperkt de Belgische Staat te vragen Congolezen de toegang tot het Belgische grondgebied te ontzeggen!