De staking van de spoormannen en van de TEC is die van alle werkers!

Met het oog op de staking van spoorwegpersoneel en TEC-medewerkers die gepland staat voor de week van 26 januari, zullen de media en politici opnieuw uitspraken doen en uitzendingen maken over passagiers die door de stakers “gegijzeld” worden, of over de vermeende “privileges” van spoorwegpersoneel. Alsof het opkomen voor je arbeidsvoorwaarden, je loon en je pensioen iets te maken heeft met het verdedigen van een privilege.
Geconfronteerd met de aanvallen van de regering moeten werkers zich verdedigen! Degenen die bepaalde werkers tegen andere werkers opzetten, zijn onze vijanden. Ook al kunnen stakingen ons verhinderen om naar ons werk te gaan of ervoor zorgen dat we een belangrijke afspraak missen, het gaat hier om iets heel anders. Zo zal het uitsluiten van werklozen een neerwaartse druk uitoefenen op alle lonen, zal de druk op langdurig zieken een ouder of een naaste in de ellende storten en zal de verhoging van het militaire budget de levensstandaard van iedereen verlagen.
Door zich te mobiliseren, effenen de stakers de weg waarlangs de bevolking zich zal moeten verdedigen.

De beperkingen van de syndicale leidingen
Natuurlijk zal een week staking niet voldoende zijn om de regering terug te dringen. Zeker niet wanneer de syndicale leiding deze strijd bij voorbaat beperkt en alleen maar probeert om op marginale punten te onderhandelen over de aanvallen.
Pierre Lejeune, voorzitter van de ACOD Spoor, de belangrijkste spoorwegvakbond, geeft in een interview toe dat hij liever had gezien dat de achterban het door de leiding voorgestelde akkoord had aanvaard, terwijl driekwart het heeft afgewezen. Een “akkoord” dat het ontslag van ambtenaren zou hebben vergemakkelijkt en de werkweek voor bepaalde categorieën werkers zou hebben verlengd.
Dezelfde syndicale leider bevestigt dat de vakbond zich voorbereidt op een “stakingsmarathon, geen sprint”. Met andere woorden, hij wil de stakingen beperken om te voorkomen dat de beweging “opraakt”, zoals de syndicale leiding sinds het begin van de protesten tegen de regering doet. Deze strategie vertaalt zich bijvoorbeeld in beurtstakingen van spoorwegpersoneel per beroep, met de ene dag de conducteurs, de andere dag de machinisten, weer een andere dag het onderhoudspersoneel, enz. En in plaats van zich te verenigen, hebben de syndicale leiders van het spoorwegpersoneel en de TEC ervoor gekozen om de staking te versnipperen.
Alleen strijd die steeds groter wordt, die verder gaat dan beroepen en sectoren, zelfs verder dan grenzen, kan regeringen en bazen doen terugkrabbelen. Dergelijke stakingen zullen niet komen van de syndicale leiding, maar van de werkers zelf, op voorwaarde dat ze zich organiseren en mobiliseren, en slogans kiezen die alle werkers aanspreken.