De aankondiging van de maatregelen van de federale regering heeft bij veel werkers tot grote ontevredenheid geleid. Maar de strategie van de syndicale leidingen heeft de strijd uiteengedreven en de demoralisatie aangewakkerd.
Sinds januari willen duizenden werkers zich hiertegen verzetten. Op 13 januari staakten 30.000 leraren, spoorwegarbeiders en ambtenaren tegen de pensioenhervorming. Een maand later, op 13 februari – twee weken na het aantreden van de regering – mobiliseerden 100.000 werkers uit de overheid en privésector tegen de aangekondigde sociale achteruitgang.
Maar ondanks de omvang van de aanvallen en de beginnende tegenstand van de werkers, beperkte ABVV-voorzitter Thierry Bodson het doel van de mobilisaties tot “het creëren van een enorme krachtsverhouding, om het patronaat te laten instemmen met een echt sociaal overleg met ons“. In een tijd waarin de bazen zelfs geen kruimels meer willen laten vallen, waren de syndicale leidingen niet van plan om zich frontaal tegen de bazen te verzetten en wilden ze gewoon hun rol als onderhandelaars met het patronaat en de regering behouden.
Uiteindelijk werd de volgende actiedag pas zeven weken later gepland, op 31 maart, zonder zelfs maar een nationale demonstratie in Brussel. De syndicale leidingen rechtvaardigden dit verre agenda met het risico van “kortademigheid”. In werkelijkheid was er geen sprake van een opbouw, maar van een versnippering van de beweging.
Zelfs in de sectoren heerste verdeeldheid. Zo werd de staking van de Franstalige leerkrachten enkele dagen na die van hun Nederlandstalige collega’s georganiseerd, wat een collectieve strijd van de werkers nog meer in de weg stond.
Deze strategie van versnipperde demonstraties zonder duidelijk doel droeg bij tot de demoralisatie van veel werkers. Op de laatste actiedag, 25 juni – kort voor de schoolvakantie – ebde de beweging weg, met slechts 35.000 werkers die zich in Brussel verzamelden.
De regering, die de verzwakking van de mobilisatie opmerkte, zette nog hardere maatregelen door.
Alleen een brede en vastberaden mobilisatie van werkers in de overheid en privésector kon het patronaat en de regering doen terugkrabbelen.
