Een gezamenlijk onderzoek van de krant De Morgen en het VRT-programma Pano heeft systematische discriminatie aan het licht gebracht in Aalter, Oost-Vlaanderen. De gemeente wordt al meer dan 30 jaar bestuurd door voormalig minister Pieter De Crem (CD&V), een lokale baron.
In Aalter moesten buitenlandse inwoners – of mensen met “niet-Belgische” namen – gemiddeld zes maanden wachten voor ze werden ingeschreven in het bevolkingsregister. Dat is negen keer langer dan voor “Belgen”. In sommige gevallen liepen deze vertragingen op tot een jaar, waardoor de toegang tot sociale rechten en administratieve procedures werd geblokkeerd. De lokale overheid legde ook willekeurige obstakels op: bijkomende documenten, motivatiebrieven, enz.
Honderden klachten werden gestuurd naar de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden (CD&V, nu minister van Justitie). Ondanks herhaalde waarschuwingen – ook van andere ministeriële kabinetten – werd er geen actie ondernomen. De discriminerende praktijken gingen door, met de medeplichtigheid van de federale overheid.
Dit is geen lokale ontsporing, maar een weerspiegeling van het racisme dat alle overheidsniveaus doordringt. Van het migratiebeleid tot de hyperbeperkende procedures voor het verkrijgen van de nationaliteit, het is de hele Belgische Staat die de barrières tegen buitenlandse werkers vermenigvuldigt en hen het leven onmogelijk wil maken.
