80.000 volgens de politie, 120.000 volgens de syndicale leidingen. Maar wat de demonstranten van 14 oktober het meest opviel, was hun aantal, in de treinen, in de stations, op straat.
Eerdere vakbondsacties hadden vooral vakbondsmilitanten en politieke activisten gemobiliseerd. Maar de afgelopen weken hebben tienduizenden werklozen hun uitsluitingsbrief ontvangen. Duizenden vervroegd gepensioneerden, deeltijdwerkers en ernstig zieken ontdekten dat ze honderden euro’s per maand aan pensioen zouden verliezen. Deze werkers hebben campagne gevoerd, in hun familie, onder hun collega’s, op sociale netwerken, om iedereen ervan te overtuigen dat het nodig was om te demonstreren.
De demonstratie was een woud van zelfgemaakte spandoeken. Allemaal persoonlijk en gericht aan iedereen. De getuigenissen van demonstranten aan de pers weerlegden de propaganda van de ministers met concrete feiten en ervaringen uit het echte leven. ’s Avonds keken velen naar de demonstratie op tv en herkenden zich in de woede van de demonstranten.
Zal dit de regering niet terugdringen? Nee, natuurlijk niet. Maar gedurende één dag overstemde de stem van de werkers die van de rijken en de regering. Dit is een steunpunt om door te gaan en de mobilisatie uit te breiden.
Betoging : waar komt het geweld vandaan?
Het probleem van het geweld tijdens de demonstratie van 14 oktober wordt uitgebreid besproken.
Een kleine minderheid van black blok zoekt de confrontatie met de politie. Een grotere groep jongeren schreeuwt alleen maar hun verzet tegen een onrechtvaardige en repressieve samenleving uit.
Het geweld komt duidelijk van de politie. Er zijn 13 klachten ingediend wegens politiegeweld.
De getuigenissen stapelen zich op en de video’s die circuleren zijn vernietigend voor de politie. Ouderen, vrouwen, kinderen en gewone demonstranten werden het doelwit.
De leiding van Polbru blijft stil. De socialistische burgemeester van Brussel, Philippe Close, zwijgt eveneens. Het P-comité, een orgaan van het parlement dat toezicht moet houden op de politie, erkent dat het gebruik van traangas tegen demonstranten in het algemeen steeds vaker voorkomt.
Maar alle interne onderzoeksrapporten over politiegeweld blijven geheim. Waarom? Omdat ministers, parlementsleden en burgemeesters slechts beheerders zijn van een steeds onrechtvaardiger wordende samenleving. En zij rekenen op de politie om de bevolking indien nodig in bedwang te houden.
Wat valt dan te doen?
De syndicale leidingen doen niets om de demonstranten te beschermen. Ze vertrouwen op de politie om de orde te handhaven.
De feiten tonen aan dat dit een vergissing is. De politie maakt geen onderscheid tussen relschoppers, demonstranten en zelfs voorbijgangers.
Daarom pleiten sommige werkers ervoor om zich te organiseren met collega’s die elkaar kennen, om zelf de veiligheid van hun stoet te waarborgen. Ze hebben gemerkt dat demonstranten zich achter een touw verzamelen om degenen binnen de groep te beschermen. Ze bespreken ook om degenen die hun gezicht bedekken aan te spreken en hen te vertellen dat ze er zijn om zich te verdedigen, niet om dingen te vernielen. Er is namelijk geen gebrek aan effectieve oplossingen en antwoorden voor degenen die vastbesloten zijn zich niet het zwijgen te laten opleggen. Een beleid tegen politiegeweld en relschoppers is noodzakelijk om demonstranten in staat te stellen hun woede te uiten en druk uit te oefenen op de machthebbers.
